Waarom word ik niet zwanger?
BLOG · ONVERVULDE KINDERWENS

Wat als je alles probeert, maar er geen duidelijke oorzaak wordt gevonden?
Je doet wat je kunt. Je houdt je cyclus bij, zoekt naar antwoorden en misschien heb je al onderzoeken of behandelingen achter de rug. Maar zwanger worden lukt nog steeds niet.
Ik stelde mezelf jarenlang dezelfde vraag. En achteraf zie ik iets wat ik toen nog niet kon zien.
Dit is mijn persoonlijke verhaal — en waarom ik nu anders kijk naar een onvervulde kinderwens.
Waarom word ik niet zwanger?
Ik heb mezelf die vraag vaker gesteld dan ik kan tellen.
Waarom word ik niet zwanger?
Er moest toch een reden zijn.
Het gekke was dat ik vóór mijn eerste miskraam eigenlijk nooit had getwijfeld of ik zwanger kon worden. Ik wás tenslotte zwanger geworden.
Natuurlijk wist ik dat één miskraam niet meteen betekende dat er iets mis was. Maar toch was er iets veranderd.
Er was twijfel gekomen.
Wat als het niet meer lukt?
Wat als er toch iets aan de hand is?
Een paar dagen na mijn miskraam liet ik me daarom onderzoeken door een gynaecoloog. Er werd niets gevonden.
Ik weet nog dat ik opgelucht was.
Alles leek in orde.
Dus ergens dacht ik: oké, dan komt het wel goed.
Ik wist toen nog niet dat die ene vraag — waarom word ik niet zwanger? — de maanden daarna steeds groter zou worden.
Dat ik van een beetje hulp terecht zou komen in hormonen, echo's, onderzoeken en uiteindelijk IUI.
Dat ik steeds vaker zou denken dat er iets mis moest zijn met mijn lichaam, terwijl niemand me precies kon vertellen wát.
En ik wist al helemaal niet dat ik een paar maanden later, nadat ik juist had besloten om alles even stop te zetten, op een plek ver van huis met een zwangerschapstest in mijn handen zou staan.
Positief.
Zonder hormonen die maand.
Zonder behandeling.
Zonder dat iemand mij ooit precies had kunnen vertellen waarom het daarvoor niet lukte.
Betekent dat dat ik nu weet waarom ik toen zwanger werd?
Nee.
En ik ga je ook niet vertellen dat ik zwanger werd omdat ik “eindelijk losliet”. Daar geloof ik niet in.
Maar als ik nu terugkijk op mijn eigen kinderwenstraject — én naar de vrouwen die ik tegenwoordig begeleid — zie ik wel iets waar ik destijds totaal niet bij stilstond.
En dat heeft mijn kijk op de vraag “waarom word ik niet zwanger?” voorgoed veranderd.
Ik wilde eigenlijk alleen een klein beetje hulp
Na het onderzoek voelde ik me gerustgesteld.
Er was niets gevonden en eigenlijk had ik op dat moment ook geen behoefte aan een heel fertiliteitstraject. Ik wilde vooral weer vertrouwen krijgen dat mijn lichaam het zelf kon.
Maar tijdens die afspraak zei de gynaecoloog dat ze de natuur eventueel een klein handje kon helpen met medicatie.
Ik twijfelde.
Ik was daar eigenlijk nog niet aan toe, maar tegelijkertijd dacht ik: als iets kleins kan helpen, waarom zou ik dat dan niet doen?
Dus ik vroeg bewust om iets lichts.
Ik kreeg progesteron voorgeschreven ter ondersteuning en ging naar huis.
En toen begon het wachten.
Ik wachtte op mijn volgende cyclus.
En wachtte.
En wachtte.
Na ongeveer zes weken had ik nog steeds geen eisprong gehad.
Dat was het moment waarop de onrust weer terugkwam.
Ik ging opnieuw naar de gynaecoloog, maar zij vond dat ik vooral geduld moest hebben.
Alleen voelde dat voor mij niet goed.
Want hoe langer mijn cyclus uitbleef, hoe moeilijker ik het vond om te geloven dat er werkelijk niets aan de hand was.
Dus ging ik op zoek naar een andere arts.
Via een collega kwam ik terecht bij een fertiliteitsarts die bekendstond als iemand die bijna iedereen zwanger wist te krijgen.
En eerlijk?
Dat klonk op dat moment precies als wat ik nodig had.
Iemand die niet zou zeggen dat ik moest afwachten.
Iemand die iets ging dóén.
Vanaf dat moment ging het ineens snel.
Niet met zwanger worden.
Wel met alles wat ik deed om zwanger te worden.
Medicatie.
Echo's.
Hormooninjecties.
Mijn eisprong opwekken.
Onderzoeken.
IUI.
We probeerden steeds iets nieuws. Als het ene niet werkte, kwam er de volgende maand weer een andere aanpak.
En ergens in die maanden veranderde ook de vraag in mijn hoofd.
Het was niet meer alleen:
Wanneer word ik weer zwanger?
Het werd steeds vaker:
Wat is er mis met mij?
Wat is er mis met mij?
Mijn nieuwe gynaecoloog was direct.
Heel direct.
Tijdens een echo kon ze bijvoorbeeld zeggen:
“Dat ziet er niet goed uit.”
En dan ging ze verder.
Voor haar was dat misschien gewoon een medische constatering. Voor mij bleef zo'n zin nog uren — soms dagen — in mijn hoofd hangen.
Wat ziet er niet goed uit?
Hoe erg is het dan?
En betekent dit dat ik misschien helemaal niet zwanger kan worden?
Als ik doorvroeg, kreeg ik daar eigenlijk geen duidelijk antwoord op.
Ze wist ook niet precies waarom zwanger worden niet lukte.
Op een gegeven moment mompelde ze tijdens een afspraak iets over PCOS.
Meer uitleg kreeg ik niet.
Dus deed ik wat ik denk dat heel veel vrouwen met een onvervulde kinderwens doen wanneer ze geen duidelijk antwoord krijgen:
ik ging googelen.
PCOS.
Symptomen PCOS.
Zwanger worden met PCOS.
Kans op zwangerschap PCOS.
Ik las alles wat ik kon vinden.
Alleen herkende ik mezelf nauwelijks in wat ik las.
Dat had me misschien gerust moeten stellen.
Maar dat deed het niet.
Want het woord was eenmaal gevallen.
En dus bleef ergens in mijn hoofd hangen:
Misschien heb ik PCOS.
Misschien is dit waarom ik niet zwanger word.
Misschien is er toch iets mis met mij.
Ondertussen gingen de behandelingen gewoon door.
De ene maand probeerden we dit.
De volgende maand iets anders.
Progesteron. Hormooninjecties. Mijn eisprong opwekken. Echo's. IUI. Een onderzoek van mijn eileiders.
Steeds was er weer een volgende stap.
En iedere volgende stap gaf me ook weer iets nieuws om me aan vast te houden.
Misschien lukt het deze maand wel.
Dat is misschien het vreemde aan een kinderwenstraject.
Hoop en onzekerheid kunnen ontzettend dicht naast elkaar bestaan.
Je kunt 's ochtends bang zijn dat er iets mis met je is en diezelfde middag alweer fantaseren over de maand waarin het eindelijk gaat lukken.
Dat deed ik ook.
Alleen begon ik ondertussen steeds minder te vertrouwen op mijn eigen lichaam.
Hoe meer er werd onderzocht en geprobeerd, hoe sterker bij mij de gedachte werd:
Als zwanger worden niet vanzelf lukt, moet er toch ergens een reden zijn?
En dus bleef ik zoeken naar het antwoord.
Tot ik na vijf maanden op een punt kwam waarop ik mezelf ineens een heel andere vraag stelde.
Niet:
Wat kunnen we de volgende maand nog proberen?
Maar:
Wil ik eigenlijk nog wel op deze manier proberen zwanger te worden?
Soms wordt er tijdens onderzoeken geen duidelijke medische oorzaak gevonden waarom een zwangerschap uitblijft. Dat kan ontzettend verwarrend zijn: er lijkt niets mis, maar ondertussen ben je nog steeds niet zwanger.
→ Lees ook: Niet zwanger zonder oorzaak? Wat als onderzoeken geen verklaring geven
Ik wilde nog steeds een kind. Maar wilde ik dit nog?
Na vijf maanden van afspraken, echo's, hormonen, onderzoeken en IUI was ik er even helemaal klaar mee.
Niet met mijn kinderwens.
Ik wilde nog steeds heel graag een kind.
Maar ik begon wel te twijfelen aan de manier waarop ik ermee bezig was.
Iedere maand was er weer iets nieuws.
Een andere dosis.
Een nieuwe afspraak.
Een volgende poging.
En daarna weer wachten of het deze keer misschien gelukt was.
Mijn kinderwens was in korte tijd iets geworden waar ik bijna voortdurend mee bezig was.
En ineens voelde ik heel sterk:
Ik wil even niets.
Geen volgende behandeling.
Geen nieuwe medicijnen.
Geen volgende poging.
Gewoon even weg.
Mijn man en ik hadden het al langer over een reis naar Madagascar en besloten die nu daadwerkelijk te plannen.
Omdat daar malaria voorkwam, leek het ons verstandig om onze kinderwens tijdens de reis even op pauze te zetten.
Mijn arts begreep daar weinig van.
We waren volgens haar juist zo lekker bezig.
Maar voor mij voelde het anders.
Ik wilde niet stoppen met mijn kinderwens.
Ik wilde stoppen met alles wat ik op dat moment aan het doen was om zwanger te worden.
Dus slikte ik even niets meer.
Geen hormonen.
Geen afspraken.
Geen echo's.
Geen volgende stap die alweer in mijn agenda stond.
We vertrokken voor drie weken naar Madagascar.
En ergens tijdens die reis gebeurde er iets wat ik op dat moment eigenlijk niet eens zo bewust doorhad.
Mijn menstruatie kwam niet.
In eerste instantie maakte ik daar niet zoveel van. Mijn cyclus was tenslotte al vaker onvoorspelbaar geweest.
Maar de dagen gingen voorbij.
En hij bleef uit.
Toen ik ongeveer een week overtijd was, waren we eindelijk weer ergens waar we een zwangerschapstest konden kopen.
Ik deed de test.
En daar verschenen twee streepjes.
Ik was zwanger.
Zonder hormonen die maand.
Zonder echo's.
Zonder IUI.
Zonder dat iemand mijn eisprong had opgewekt.
Gewoon, natuurlijk.
Na maanden waarin ik me steeds vaker had afgevraagd waarom zwanger worden niet lukte, was ik zwanger geworden in precies de maand waarin we hadden besloten er even niets aan te doen.
En natuurlijk heb ik mezelf later afgevraagd:
Kwam dat doordat ik gestopt was met proberen?
Het zou een prachtig verhaal zijn.
Ik liet het los, ging op vakantie en werd zwanger.
Alleen geloof ik niet dat een kinderwens zo simpel werkt.
Ik weet niet waarom ik juist die maand zwanger werd.
Misschien was ik ook zwanger geworden als we thuis waren gebleven. Misschien speelde er iets anders. Misschien was het simpelweg die ene maand waarop alles biologisch samenkwam.
Ik weet het niet.
Maar wat ik achteraf wél interessant vind, is iets anders.
Mijn kinderwens was nog precies even groot.
Mijn verlangen naar een kind was niet verdwenen.
Ik had niets “losgelaten”.
Het enige wat ik tijdelijk had losgelaten, was mijn voortdurende poging om er controle over te krijgen.
Toen wist ik nog niet hoe belangrijk dat onderscheid jaren later voor mij zou worden.
Een jaar later stelde ik mezelf opnieuw dezelfde vraag
Een jaar later kwam die vraag opnieuw terug
Waarom word ik niet zwanger?
Alleen was mijn leven inmiddels compleet veranderd.
De zwangerschap die op Madagascar begon, maakte mij moeder van Felix. Na zijn overlijden kwam er, naast het enorme verdriet om hem, opnieuw een verlangen naar een kindje.
Ik wilde weer zwanger worden.
Je zou misschien denken dat mijn eerdere ervaring mij had geleerd om het deze keer meer op zijn beloop te laten.
Maar zo werkte het helemaal niet.
Deze keer woonde ik in Nederland. En waar ik in Koeweit van afspraak naar afspraak ging, kreeg ik hier een lage dosis hormonen mee voor drie maanden.
Slikken.
Proberen.
Daarna terugkomen.
Voor mijn gevoel gebeurde er veel te weinig.
En niets doen voelt bijna onmogelijk wanneer je zo graag een kindje wilt.
Dus begon ik zelf te zoeken.
Ik googelde, hield mijn cyclus in de gaten, las ervaringen van andere vrouwen en probeerde te begrijpen wat er in mijn lichaam gebeurde.
Ergens dacht ik:
Als ik maar genoeg informatie heb, kan ik misschien zelf zorgen dat het deze keer wél lukt.
Achteraf zie ik het verschil tussen die twee periodes heel duidelijk.
De eerste keer ging ik van afspraak naar afspraak, van echo naar echo en van behandeling naar behandeling.
Deze keer nam ik zelf het stuur in handen.
De eerste keer werd ik geleefd door mijn kinderwens.
De tweede keer probeerde ik mijn kinderwens te fixen.
Twee totaal verschillende situaties.
Maar daaronder zat dezelfde behoefte:
Ik wilde invloed op iets wat ik niet kon controleren.
En misschien herken je dat.
Dat je cyclus voortdurend ergens op de achtergrond meeloopt. Dat je analyseert wat je voelt, googelt, iets nieuws probeert of jezelf afvraagt wat je nog meer kunt doen.
Je wilt niet afwachten. Je wilt invloed.
Pas later zag ik wat beide periodes met elkaar gemeen hadden.
Of een arts nu voortdurend iets deed, of ik zelf voortdurend iets probeerde te doen:
mijn kinderwens was steeds meer iets geworden wat ik moest oplossen.
En daarmee kwam voor mij een veel interessantere vraag naar boven dan alleen:
Waarom word ik niet zwanger?
Namelijk:
Wanneer is mijn verlangen naar een kind eigenlijk een project geworden?
Wanneer werd mijn kinderwens een project?
Die vraag vind ik achteraf misschien wel moeilijker te beantwoorden dan:
Waarom werd ik niet zwanger?
Want er was niet één moment waarop ik besloot:
Vanaf nu ga ik van mijn kinderwens een project maken.
Het gebeurde langzaam.
Eigenlijk deed ik vooral wat ik altijd had gedaan wanneer ik iets heel graag wilde.
Als iets niet werkte, probeerde ik iets anders. Als ik iets niet begreep, zocht ik het uit.
Dat had me in mijn leven vaak genoeg geholpen.
Studeren. Werken. Een carrière opbouwen. Naar het buitenland verhuizen. Reizen. Plannen maken en ze uitvoeren.
Ik was gewend aan het idee:
Als je iets echt wilt, moet je ervoor gaan.
En toen wilde ik een kind.
Misschien wel meer dan ik ooit iets anders had gewild.
Dus natuurlijk ging ik ervoor.
Alleen werkt zwanger worden niet zoals de meeste andere doelen in je leven.
Je kunt je cyclus kennen, op het juiste moment seks hebben, gezond leven, onderzoeken laten doen en alles googelen wat er te googelen valt.
En vervolgens alsnog naar één streepje op een zwangerschapstest kijken.
Dus probeer je het de volgende maand opnieuw.
Met dezelfde hoop:
Misschien lukt het deze keer.
En ondertussen kan je kinderwens steeds meer van je leven gaan bepalen.
Je agenda.
Je gedachten.
Seks.
Vakanties.
Plannen voor de toekomst.
Misschien herken je dat je bijna automatisch weet op welke dag van je cyclus je zit. Dat je ieder gevoel in je buik analyseert. Of jezelf belooft deze maand niet zo vroeg te testen…
…en vervolgens toch met een zwangerschapstest in je handen staat.
Als ik nou nóg één ding anders doe, misschien lukt zwanger worden dan wel.
Achteraf zie ik dat ik mijn kinderwens steeds meer behandelde zoals ik andere grote doelen in mijn leven behandelde.
Als iets wat ik moest bereiken.
Als iets waarvoor ik harder mijn best moest doen wanneer het niet lukte.
Als iets wat uiteindelijk wel zou moeten lukken als ik maar de juiste stappen vond.
Maar een zwangerschap laat zich niet afvinken van een to-do-list.
Je kunt ontzettend veel doen om zwanger te proberen worden.
Maar je kunt een zwangerschap niet afdwingen.
En precies daar begon mijn kijk op mijn eigen kinderwenstraject te veranderen.
Want als nóg harder proberen geen garantie geeft…
wat betekent het dan om ruimte te maken voor nieuw leven?
Wat als er geen duidelijke oorzaak wordt gevonden?
Misschien is dat wel één van de frustrerendste dingen wanneer zwanger worden niet lukt.
Dat je onderzoeken krijgt, er naar je cyclus wordt gekeken en er uiteindelijk geen duidelijke medische oorzaak wordt gevonden.
Aan de ene kant is dat goed nieuws.
Maar ondertussen ben je nog steeds niet zwanger.
En dus blijft die vraag:
Waarom lukt het dan niet?
Ik weet hoe verwarrend dat kan zijn.
Je wilt bijna dat iemand iets vindt.
Niet omdat je wilt dat er iets mis met je is, maar omdat een verklaring houvast geeft.
Als er een probleem is, kun je misschien iets doen om het op te lossen.
Maar wat als niemand je precies kan vertellen waarom het niet lukt?
Ik vind het belangrijk om daar iets heel duidelijk over te zeggen.
Geen medische oorzaak gevonden betekent niet dat er automatisch een verborgen emotionele oorzaak moet zijn.
Ik geloof niet dat je simpelweg kunt zeggen dat een vrouw niet zwanger wordt omdat ze te veel stress heeft, iets vasthoudt of haar kinderwens niet genoeg heeft losgelaten.
Daarmee maken we van zwanger worden opnieuw iets waarin je kunt slagen of falen.
Alsof je naast alles wat je al doet óók nog op de juiste manier moet ontspannen.
Zo kijk ik er niet naar.
Maar ik vind het óók te kort door de bocht om te denken:
Er is medisch niets gevonden, dus er is verder niets meer om naar te kijken.
Want naast alle onderzoeken, hormoonwaarden, echo's en behandelingen is er ook een vrouw die dit iedere maand opnieuw meemaakt.
Een vrouw die hoopt.
Wacht.
Googelt.
Probeert.
Misschien een miskraam heeft meegemaakt.
Misschien midden in een fertiliteitstraject zit.
En ondertussen probeert ze ook gewoon te werken, haar relatie te onderhouden, plannen te maken en haar leven te leven.
Dat is de vrouw naar wie ik tegenwoordig kijk.
Niet om alsnog de medische oorzaak te vinden die een arts niet heeft kunnen vinden.
En ook niet om op zoek te gaan naar “de blokkade” waardoor jij niet zwanger wordt.
Maar wel om samen te onderzoeken wat er inmiddels rondom jouw kinderwens speelt.
Wat heeft alles wat je hebt meegemaakt met je gedaan?
Welke patronen worden zichtbaar?
Waar probeer je controle te houden over iets wat zich nauwelijks laat controleren?
Wat gebeurt er in je lichaam en je systeem?
En hoeveel ruimte neemt zwanger worden inmiddels in binnen je leven?
Dat is ook waarom ik mijn begeleiding Ruimte Voor Leven heb genoemd.
Voor mij betekent dat niet dat je je kinderwens moet loslaten.
Je hoeft niet minder naar een kindje te verlangen.
En je hoeft al helemaal niet te doen alsof het je niet meer zoveel uitmaakt.
Ruimte Voor Leven betekent voor mij ruimte voor nieuw leven.
Een zwangerschap kan ik niet afdwingen.
Jij niet.
Een arts niet.
En ik ook niet.
Daarom zal ik je nooit beloven dat mijn begeleiding ervoor zorgt dat je zwanger wordt.
Wat we wél kunnen doen, is onderzoeken of jouw kinderwens ongemerkt zo groot is geworden dat bijna alles in het teken is komen te staan van zwanger worden.
En wat er gebeurt wanneer we niet alleen blijven kijken naar:
Wat moet ik nog doen om zwanger te worden?
Maar ook naar:
Wat speelt er bij mij terwijl ik zo hard probeer zwanger te worden?
Daaruit is uiteindelijk mijn Ruimte Voor Leven Methode™ ontstaan.
De fertiliteitsarts kan zich richten op de medische kant van jouw kinderwenstraject.
Ik begeleid de vrouw die al die stappen moet zetten.
Niet met een standaard stappenplan en niet met nóg een lijst dingen die je goed moet doen.
Maar door te kijken naar jouw verhaal, jouw lichaam, jouw patronen, jouw systeem en wat jij onderweg hebt meegemaakt.
Want als ik iets uit mijn eigen kinderwenstraject heb meegenomen, dan is het dit:
Je kunt ontzettend veel doen om zwanger te proberen worden.
Maar een nieuw leven laat zich niet afvinken van een to-do-list.
Je weet vandaag nog niet hoe jouw verhaal eindigt
Toen ik midden in mijn kinderwenstraject zat, wilde ik uiteindelijk maar één ding weten.
Komt het ooit goed?
Die zekerheid kon niemand mij geven.
En eerlijk gezegd kan ik die jou ook niet geven.
Ik kan je niet beloven dat je zwanger wordt. Ik kan je niet vertellen wanneer het gebeurt of welke stap uiteindelijk het verschil zal maken.
Maar ik weet wel hoe gemakkelijk het is om naar de situatie van vandaag te kijken alsof die voorspelt hoe je toekomst eruitziet.
Weer niet zwanger.
Weer een negatieve test.
Weer een maand voorbij.
En ergens ontstaat misschien de gedachte:
Misschien gaat het gewoon nooit gebeuren.
Ik heb die angst gekend.
En toch wist ik toen nog niet hoe mijn eigen verhaal verder zou gaan.
Ik wist niet dat ik uiteindelijk moeder zou worden.
Mijn verhaal is geen bewijs dat je moet stoppen met proberen, op vakantie moet gaan of je kinderwens moet loslaten.
Maar misschien kan het je wel aan één ding herinneren:
Dat je vandaag nog niet zwanger bent, betekent niet dat je vandaag al weet hoe jouw verhaal eindigt.
Je mag blijven hopen.
En misschien mag er naast de vraag:
Wat kan ik nog doen om zwanger te worden?
ook een andere vraag bestaan:
Hoeveel ruimte neemt mijn kinderwens inmiddels in — en is er nog ruimte voor nieuw leven?
Voor mij begint daar Ruimte Voor Leven.
Niet bij minder verlangen naar een kindje.
Niet bij “loslaten”.
Maar bij onderzoeken wat er bij jou speelt terwijl je zo graag probeert zwanger te worden.
Een zwangerschap laat zich niet plannen.
Een nieuw leven vraagt om ruimte.
Ben je nieuwsgierig geworden naar wat dat in jouw situatie zou kunnen betekenen? Dan kunnen we eerst gewoon kennismaken.
