
Tijdens de wachtweken kun je niets meer doen. En misschien is dát wel het moeilijkste.
"Nog twee weken wachten."
Ik weet niet hoe vaak ik die woorden heb gehoord.
Na mijn menstruatie begon het eigenlijk alweer.
Ik leefde van moment naar moment.
Nog iets meer dan een week tot mijn eisprong.
Dan weer een controle.
Dan weer hormonen.
Dan weer hopen.
Mijn leven werd verdeeld in kleine stukjes tijd, steeds op weg naar het volgende moment.
In Koeweit, waar ik destijds woonde, kreeg ik regelmatig een echo om te kijken hoe mijn eicel groeide en of mijn baarmoederslijmvlies dik genoeg was.
Soms zei de gynaecoloog:
"Dit ziet er goed uit."
En soms hoorde ik:
"Je baarmoederslijmvlies is nog dun. De kans is klein."
Met één zin kon mijn hele dag veranderen.
Mijn hoop groeide of zakte weg, afhankelijk van wat ik tijdens die afspraak hoorde.
Later, toen we weer in Nederland woonden, was die controle er niet meer.
Dat gaf ergens rust.
Maar tegelijkertijd wist ik ook niet meer hoe mijn lichaam ervoor stond.
Ik vulde de leegte zelf in.
Met hoop.
Met twijfel.
Met fantasie.
De dag van de inseminatie
Mijn enige IUI voelde allesbehalve romantisch.
We moesten vroeg naar de fertiliteitskliniek.
Mijn man leverde eerst zijn zaad in.
Ook voor hem voelde dat ongemakkelijk en klinisch.
Na ongeveer een uur werd ik opgehaald.
Ik nam plaats op de behandelstoel.
Mijn benen in de beugels.
Achterover.
De gynaecoloog bracht het zaad naar binnen.
En ineens dacht ik:
Ik voel me net een koe die wordt geïnsemineerd.
Niet vrouwelijk.
Niet intiem.
Niet zoals ik me ooit had voorgesteld hoe een zwangerschap zou beginnen.
Na de inseminatie moest ik blijven liggen.
Daar lag ik.
Alleen.
Met mijn benen in de lucht.
Starend naar het plafond.
Hopend.
Wachtend.
Fantaserend.
Maar tegelijkertijd voelde ik me ongemakkelijk.
Beschamend.
En helemaal niet vrouwelijk.
Even later mocht ik naar huis.
Alsof er iets heel belangrijks was gebeurd.
Maar tegelijkertijd wist ik ook:
Ik ben nog helemaal niet zwanger.
En toen begonnen de wachtweken.
Alles gebeurde in mijn hoofd
Vanaf dat moment leek ieder signaal belangrijk.
Voelden mijn borsten anders?
Was dat een steekje?
Voelde ik iets in mijn buik?
Was dit misschien een innesteling?
Of wilde ik dat gewoon heel graag geloven?
Ik googelde alles.
Werkelijk alles.
Iedere verandering werd een zoekopdracht.
Ik las ervaringen van andere vrouwen.
Soms gaf dat hoop.
Dan las ik een verhaal van iemand die precies hetzelfde had gevoeld en uiteindelijk zwanger bleek.
Een uur later las ik weer iemand die precies dezelfde klachten had en toch ongesteld werd.
Ik liet mijn gevoel steeds afhangen van verhalen van vrouwen die ik helemaal niet kende.
Achteraf noem ik het weleens gekscherend de moedermaffia.
Niet omdat die vrouwen iets verkeerd deden.
Maar omdat ik mezelf volledig liet meeslepen in alle adviezen, ervaringen en theorieën die online rondgingen.
Iedereen wist wat je zou moeten voelen.
Iedereen wist wanneer je beter wel of niet kon testen.
Iedereen had een mening.
En ik geloofde ze allemaal.
De test
Ik kon niet wachten.
Dus ik testte eerder.
Negatief.
Ik dacht:
Misschien is het nog te vroeg.
Dus de volgende dag testte ik opnieuw.
Weer negatief.
En niet veel later werd ik ongesteld.
Weer een maand voorbij.
Weer opnieuw beginnen.
Weer hormonen.
Weer wachten op de eisprong.
Weer hopen.
Weer wachten.
Alsof iemand iedere maand opnieuw op de resetknop drukte.
Wat ik nu anders zie
Als ik nu terugkijk, begrijp ik waarom de wachtweken mij zo uitputten.
Niet alleen omdat ik moest wachten.
Maar omdat mijn hele leven draaide om één uitslag.
Alles stond in het teken van zwanger worden.
Mijn agenda.
Mijn gedachten.
Mijn emoties.
Mijn toekomst.
Er was nog maar weinig ruimte voor iets anders.
En misschien is dat wel precies waarom de wachtweken zoveel impact hebben.
Niet omdat er niets gebeurt.
Maar omdat je zó graag wilt dat er iets gebeurt.
Wat ik vrouwen vandaag gun
Als therapeut hoor ik nog steeds hoe zwaar de wachtweken voor veel vrouwen zijn.
En iedere keer denk ik terug aan die periode.
Aan het aftellen.
Aan het zoeken naar signalen.
Aan de eindeloze uren op Google.
Aan de hoop die iedere maand weer groeide.
En weer werd afgebroken.
Ik gun vrouwen niet dat ze minder verlangen naar een kindje.
Dat verlangen is echt.
En dat mag er zijn.
Wat ik ze wél gun, is dat hun hele leven niet iedere maand wordt bepaald door één zwangerschapstest.
Want een kinderwens is zoveel meer dan een behandeling of een uitslag.
Vanuit de Ruimte Voor Leven Methode™ kijk ik daarom niet alleen naar de medische kant van een kinderwenstraject, maar ook naar wat het met jou doet.
Niet omdat een zwangerschap maakbaar is.
Maar omdat ik geloof dat een nieuw leven ruimte vraagt.
En soms begint die ruimte met het doorbreken van de cyclus van wachten, hopen en controleren waarin zoveel vrouwen onbewust terechtkomen.
Waarom zijn de wachtweken zo zwaar?
De wachtweken zijn de periode tussen je eisprong, inseminatie of terugplaatsing en het moment waarop je een zwangerschapstest kunt doen. Voor veel vrouwen voelen deze dagen eindeloos.
Dat komt niet alleen doordat je moet wachten op een uitslag.
Juist tijdens de wachtweken kun je niets meer doen om de uitkomst te beïnvloeden. De behandeling is achter de rug. Je lichaam doet wat het moet doen. En jij kunt alleen afwachten.
Voor veel vrouwen is dat misschien wel het moeilijkste onderdeel van een kinderwenstraject.
Je gaat letten op ieder signaal van je lichaam. Je vraagt je af of een steekje iets betekent, of je borsten anders voelen of dat vermoeidheid een eerste teken van een zwangerschap is. Tegelijkertijd weet je dat al deze signalen ook veroorzaakt kunnen worden door hormonen of door de spanning die je ervaart.
Die onzekerheid kan ervoor zorgen dat je steeds meer op zoek gaat naar bevestiging. Je leest ervaringen van andere vrouwen, zoekt symptomen op via Google en vergelijkt jouw situatie met die van anderen.
Maar hoe begrijpelijk dat ook is, het vertelt uiteindelijk niets over jouw lichaam of jouw kans op een zwangerschap.
Juist daarom geloof ik dat de wachtweken niet alleen vragen om geduld, maar ook om ruimte.
Ruimte om niet voortdurend bezig te hoeven zijn met de uitkomst, maar ook aandacht te geven aan wat deze periode met jou doet.
